Terug naar alle algoritmes

Profiel Samenwoners Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

Met het algoritme worden potentiële risicoadressen geselecteerd, waarop meerdere personen met woonadressen in de Basisregistratie Personen (BRP) staan ingeschreven, die geen eerstegraads familie van elkaar zijn.

Organisatie
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens
Thema
Organisatie en bedrijfsvoering
Status
In gebruik

Algemene informatie

Naam

Profiel Samenwoners Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

Korte omschrijving

Met het algoritme worden potentiële risicoadressen geselecteerd, waarop meerdere personen met woonadressen in de Basisregistratie Personen (BRP) staan ingeschreven, die geen eerstegraads familie van elkaar zijn.

Organisatie

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Thema

Organisatie en bedrijfsvoering

Status

In gebruik

Begindatum

05-2023

Contactgegevens

info@rvig.nl

Link naar publiekspagina

https://www.rvig.nl/landelijke-aanpak-adreskwaliteit-laa

Publicatiecategorie

Impactvolle algoritmes

Verantwoord gebruik

Doel en impact

Het doel van dit algoritme is om potentiële risicoadressen te selecteren op basis van gerede twijfel en deze aan gemeenten te leveren voor nader adresonderzoek. Op basis van deze adresonderzoeken worden onjuiste adresgegevens gecorrigeerd, zodat overheidsorganen op basis van juiste informatie hun publieke taken kunnen uitvoeren.

Met behulp van het algoritme kun je prioriteit geven aan adressen waarbij de kans groter dan 50% is dat er iets niet klopt in de registratie en zorg je er tegelijkertijd voor dat je niet onnodig bij burgers aan de deur komt. Er is bij dit algoritme geen sprake van automatische besluitvorming. Er is altijd menselijke tussenkomst door de ambtenaar van de gemeente en het samenwerkingsverband van LAA, dat uit signaalleveranciers, RvIG, de VNG en de NVVB bestaat.

Als een onderzoek naar inschrijving van personen op het adres plaats gaat vinden, wordt er huisbezoek op het adres gedaan waarbij mogelijk de persoonlijke levenssfeer in het gedrang komt.

Op basis van het eigen adresonderzoek beslist de gemeente of het adresgegeven in de BRP moet worden aangepast. Tegen een beslissing van de gemeente kan bezwaar worden gemaakt.

In het profiel worden geen (persoons)gegevens gebruikt die tot discriminatie kunnen leiden en wordt niet geselecteerd op nationaliteit, geboorteplaats of afgeleiden daarvan.

Afwegingen

De juistheid van (adres)gegevens in de BRP is essentieel voor het functioneren van de Nederlandse overheid. Een overheid die haar burgers niet kent of niet weet te vinden, is niet in staat om de taken te verrichten die door de burgers aan haar zijn toevertrouwd. Het is in veel gevallen een randvoorwaarde voor het correct uitvoeren van wettelijke regelingen en voor de effectiviteit van overheidsbeleid. Voor de burger is een juiste registratie van belang voor zijn correspondentie met de overheid en om aanspraak te kunnen maken op adresgerelateerde overheidsvoorzieningen.

Het algoritme zorgt voor het efficiënt en zo effectief mogelijk vinden van adressen waar de kans van incorrecte inschrijvingen op adressen groot is. Met behulp van het algoritme kun je prioriteit geven aan adressen waarbij de kans op incorrecte inschrijving groter is dan 50% en zorg je er tegelijkertijd voor dat je niet onnodig bij burgers aan de deur komt. Als een adres voldoet aan de selectiecriteria van het algoritme, wordt het adres gedeeld met een gemeente. Naar aanleiding van het signaal kan de gemeente beslissen een adresonderzoek op te starten. Dit kan ook inhouden dat de gemeente een huisbezoek aflegt. Selectie van een risicoadres leidt niet automatisch tot een aanpassing van het adresgegeven in de BRP. Dat kan alleen als de gemeente daarvoor reden ziet na het doen van een eigen onderzoek. Er is bij dit algoritme geen sprake van automatische besluitvorming. Er is altijd menselijke tussenkomst door de ambtenaar van de gemeente en samenwerkingsverband van LAA, die uit signaalleveranciers, RvIG, de VNG en de NVVB bestaat. Tegen de beslissing van een gemeente om het adresgegeven te wijzigen in de BRP kan bezwaar worden gemaakt.

Menselijke tussenkomst

Er is geen sprake van automatische besluitvorming. De beoordeling en beslissingen worden altijd door mensen gedaan. Algoritmes zijn een middel en zijn niet leidend. Tijdens het ontwikkelen van alle LAA-algoritmen is advies gevraagd aan een representatieve vertegenwoordiging van gemeenten.

Risicobeheer

De persoonlijke levenssfeer komt mogelijk in het gedrang, door het verwerken van persoonsgegevens en het afleggen van een huisbezoek door gemeenten.

Wettelijke basis

Op grond van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) mag de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties persoonsgegevens verwerken voor het maken en toepassen van algoritmes. In de wet en daarop gebaseerde regels is opgenomen om wat voor persoonsgegevens het dan gaat. De minister mag dus niet zomaar allerlei persoonsgegevens verwerken. De wet en regelgeving stellen daaraan grenzen. Zo mag de minister geen persoonsgegevens verwerken die zien op nationaliteit, geboorteplaats of gegevens die daarvan zijn afgeleid en die discriminatoire selectie van personen tot gevolg heeft. De minister mag ook geen strafrechtelijke gegevens verwerken.

Bij het maken van algoritmes wordt ook rekening gehouden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

RvIG voert namens de minister de taak uit om persoonsgegevens te verwerken voor LAA.

Links naar wettelijke basis

Wet BRP: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/regelingen/2023/05/01/ministeriele-regeling-landelijke-aanpak-adreskwaliteit-laa

Werking

Gegevens

De gegevens van de Basisregistratie personen (BRP) zoals aantal ingeschrevenen op een adres en de gegevens van de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) zoals woonoppervlakte per adres en de functie en status van het adres.

In regelgeving staat welke gegevens we mogen gebruiken bij het algoritme. Gegevens die niet worden genoemd, mogen we dus niet gebruiken. Ook gebruiken we geen (persoons)gegevens die tot discriminatie kunnen leiden. We selecteren niet op nationaliteit, geboorteplaats of afgeleiden daarvan.

Technische werking

Het model maakt gebruik van een eenvoudige beslisboom op basis van selectiecriteria. Als input voor het model worden gegevens van een kopie van de BRP en de BAG gebruikt, die in een aparte afgesloten omgeving zijn opgeslagen. De persoonsgegevens in de BRP zijn gedeeltelijk gepseudonimiseerd samen met de BAG-identificatiecode. De beslisboom bestaat uit een aantal filters die worden toegepast. In de eerste stap worden alle adressen die volgens de BAG “celfunctie” hebben verwijderd. Vervolgens worden er adressen geselecteerd waarop het bepaalde aantal ingeschreven huisgezinnen zijn. De bepaling van het aantal ingeschreven gezinnen op een adres is afhankelijk van de gemeentegrootte (gemeenten met minder of meer dan 25.000 inwoners). Daarna worden er een aantal adressen uitgesloten uit deze selectie: adressen waar alleen huisgezinnen (personen met een in de BRP geregistreerde eerstegraads relatie) staan ingeschreven; adressen waarbij het aantal ingeschreven personen op het adres onder het minimumcriterium vallen; adressen die volgens de BAG niet in gebruik zijn; adressen die volgens de BAG zowel de gebruiksfunctie ‘Gezondheidsfunctie’ als ‘Logiesfunctie’ hebben; adressen die volgens de BAG zowel de gebruiksfunctie ‘Gezondheidsfunctie’ als ‘Logiesfunctie’ hebben ‘Bijeenkomstfunctie’ of ‘Logiesfunctie’ hebben waarop meer dan bepaalde aantal personen staan ingeschreven.

De adressen die na deze filtering resteren worden gedepseudonimiseerd en geleverd aan het Informatieknooppunt (IKP). In het IKP worden adressen die in de voorgaande 365 dagen aan de gemeenten zijn geleverd verwijderd. Vervolgens controleert het IKP op basis van actuele informatie uit de BRP en BAG of de adressen nog steeds voldoen aan de selectiecriteria van het profiel. De overgebleven adressen worden verder verfijnd op basis van rekenregels die ontwikkeld zijn vanuit praktijkervaring en in het verleden behaalde resultaten. Adressen die een relatief lage kans op een incorrecte inschrijving hebben worden verwijderd. Adressen met een relatief hoge kans op een incorrecte inschrijving worden aan de gemeente geleverd. De gemeente beslist zelfstandig per geleverd adres of een adresonderzoek wel of niet noodzakelijk is. De gemeente deelt de resultaten van haar LAA-werkzaamheden met het IKP. Deze resultaten worden geanalyseerd en in overleg met de domeinexpert gebruikt voor de verdere verfijning en uitsluiting van adressen.